maandag 19 augustus 2013

Frontlijnfietsen 2012

In 2012 rijden we een nieuwe fietsroute: Fietsen langs de Frontlijn van de Eerste Wereldoorlog, van Nieuwpoort in België naar Basel. De dagafstanden worden voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van campings en bezienswaardigheden onderweg. Een erg mooie, afwisselende en informatieve tocht, zo bleek.


Vrijdag 1 juni - Retranchement - 35.02 - 14.8

We vertrekken mooi op tijd uit 's-Hertogenbosch maar in Roozendaal stokt de reis: ten gevolge van een lekkende ketelwagen moet het station worden ontruimd en rijden er geen treinen meer. We besluiten herstel niet af te wachten en verlaten een vol stationsplein om al fietsend in Bergen op Zoom te geraken. Vanaf hier weer spoorslags verder, waarbij we de treinreis gebruiken om te lunchen: gezond, met tomaat, ei en fruit en, vanzelfsprekend, onze eigen koffie.
In Vlissingen aangekomen beginnen direct onze Frontlijnervaringen: bij het wachten op het veer ontmoeten we twee jonge Engelsen die op weg zijn naar Ieper om daar bloemen te leggen op het graf van hun daar gesneuvelde overgrootvader.
Op de boot besluiten we, omdat we toch al later zijn dan gepland, te overnachten in Retranchement om daar oude herinneringen op te halen. In de zon rijden we door Zeeuws-Vlaanderen over de nieuw aangelegde fietspaden met schitterend uitzicht over de Westerschelde en de Noordzee. Merkwaardig om weer zo snel hier terug te zijn: drie weken geleden fietsen we hier ook op onze terugreis uit de Westhoek.
Aangekomen op camping Zwinhoeve blijkt hier geen trekkerstarief te bestaan maar gelukkig hoeven we ook niet het volledige bedrag te betalen. We doen boodschappen in de campingwinkel (waarvan later noch de macaroni, noch de saus, noch de tonijn over enige smaak blijken te beschikken), drinken een Bolleke op het terras en duiken het Zwin in.
Er is hier in de loop der jaren veel veranderd: zowel de camping als het Zwin zijn bijna onherkenbaar. De temperatuur blijft ook 's avonds aangenaam zodat we bij de tent nog wat chips en bier wegwerken alvorens te gaan slapen. Een aangename dag vinden we beiden.
Zaterdag 2 juni - Ieper - 55.95 - 15.1
We worden wakker met mooi weer en fietsen om 9.20 uur België binnen waar we constateren dat in Knokke net wat duurdere auto's rondrijden dan in ''s-Hertogenbosch.
De Kusttram daarentegen kost bijna niets: voor 8 Euri worden wij beiden, inclusief onze fietsen in 2 uur(!) naar Nieuwpoort vervoerd. De bijna lege tram wordt richting Oostende volledig gevuld, hetgeen soms tot wat bozige blikken op onze fietsen leidt; na Oostende zijn de wagons weer bijna leeg.
In  Nieuwpoort aangekomen verlaten we dit vervoermiddel bij de eerste de beste halte; we beginnen dus niet aan het begin van de route maar vinden frisse lucht, koffie en een geldautomaat belangrijker. Aan onze wensen wordt voldaan en hierna is onze eerste Frontlijnactie een bezoek aan het monument voor Albert I. In ieder geval een waardig gedenkteken; veel groter zullen we ze niet vaak meer tegenkomen.
Nieuwpoort verlatend komen we op een oude spoorweg te fietsen. Monumenten hier te vermelden: de beeldengroep van de Kerstverbroedering, een kazemat van betonnen zandzakken, inclusief bloeiende klaproos, betonnen bielzen ter herinnering aan oude transportlijnen, de door het Belgisch leger beheerde Dodengang bij Diksmuiden, het door Vlaamse nationalisten genaaste monment voor de gebroeders Van Raemsdonck en het hospitaal van John McCrae, ook de auteur van het gedicht over Flanders poppy's, beide laatste langs het schitterende Ieper-IJzerkanaal.
Op de camping een gesprek met onze Belgische buren over het gebruik van Ortlieb fietstassen, waarna we zelf ons eten bereiden (soep met brood, we houden het eenvoudig) . Daarna Ieper in voor cache en bier. Later op de avond wordt dit verslag geschreven in de doucheruimte terwijl mijn GPS wordt opgeladen. Voor te gaan slapen besluiten we een dag langer in Ieper te blijven om de slagvelden in de omgeving te kunnen bezoeken.
Zondag 3 juni - Ieper - 45.9 - 15.2

In het begin van de avond tikte gisteren de regen zachtjes op het tentdak, maar in crescendo ging dat over in roffelen. Daarom opgestaan om de tarp over de tent te schuiven zodat we nu droog kunnen ontbijten. In regenkleding fietsen we naar Zillebeke. De eerste
stop is Hill 60, ondermijnd en opgeblazen door Australische troepen. Kort voor Hill 62,  ligt een bijna een particulier domein in een overvol getooid café "De Hooge Crater" waar we onze ochtendkoffie nuttigen en L. de lokale poes aanhaalt, met een museale verzameling oorlogsmemories en kabouters. Het Canadees memorial, heel laag uitgevoerd over de top van een heuvel iserg mooi uitgevoerd, indrukwekkend . We brengen geen bezoek aan de ook toegankelijke loopgraven (die door de cafébaas verder zijn uitgegraven), dit in tegenstelling tot de busladingen aangevoerde jongeren. Bellewaerde iets verderop blijkt een centrum van plezier in alle ellende.
Bij "De Dreef" aan de rand van het Polygoonbos evenals drie weken geleden en prima uitsmijter en paté genuttigd. We krijgen hier een voorstelling op DVD te zien over het soldatenleven in de oorlog, opgravingen van oude loopgraven onder een oude boerderij, door de eigenaar van de localiteit, Johan, gevonden nadat de boerin tijdens het lappen van de ramen plots in de grond verdween, alsmede een biografie van de oudst overlevende Tommy, overleden in 2011. Door naar Passchendaele, waar we over een matig bezochte kermis naar het museum fietsen dat helaas, in verband met de herdenkingen in 2014, wegens restauratiewerkzaamheden is gesloten. Na een bezoek aan Tyne Cot Cemetery, waar bijna 12.000 soldaten begraven zijn en het bezoekerscentrum jaarlijks meer dan 200.000 bezoekers verwerkt, blijkt de oorlog nog steeds aanwezig: langs de kant van de weg liggen bij een boerderij een drietal niet ontplofte granaten te wachten tot ze worden opgehaald.
Katelijne vertelde ons eerder dat het Studentenfriedhof in Langemark erg veel indruk op haar maakte. Dit kerkhof blijkt moeilijk vindbaar: in tegenstelling tot alle andere kerkhoven
zijn hierheen geen wegwijzers geplaatst. Wederom zeer indrukwekkend: 44.000 doden op een kleine dodenakker, waarvan zoals gebruikelijk, zeer veel onbekende.
Teruggekeerd in Ieper eten en drinken we in hetzelfde restaurant als drie weken eerder stoofschotel. Ondanks alle opgedane indrukken smaakt dit toch uitstekend.
Maandag - 4 juni - Violaines - 61.88 - 15.0
Met stromende regen uit Ieper vertrokken. Het lijkt erop dat de route is uitgezet langs schitterende oneindige vergezichten, zoals de heuvels rond Kemmel, zoals de Pool of Peace en de erbij gelegen opgeblazen heuveltop. Helaas is alles gedrenkt in een grijze nevel en op de smalle fietspaden ontmoeten de natte grashalmen aan beide zijden elkaar boven het fietspad. Koffie en soep in Mesen, dicht bij de Ierse Vredestoren. Hier maken de gebeitelde teksten indruk: "We fought for a few miles of liquid mud". Ook hier geen zicht door de laaghangende mist. 
Boodschappen, die we steevast doen in de eerste winkel die we tegenkomen, halen we in Armentieres, een plaats met een mooi, groot stadhuis met belfort en fontein. We stoppen hier niet voor de stadstour omdat het nog steeds giet van de regen. Rond drie uur houdt dat op, tijd voor mijn eerste cache op Frans grondgebied. Nog snel wat extra inkopen in Lorgies en dan naar camping L'Etang in Violaines. Het stageld bedraagt hier 4,27 euro. Ruim voldoende overigens voor een plekje waar sanitair in feite niet bestaan of in ieder geval de naam niet mag hebben. Geruchten gaan overigens dat dit alles zal worden vervangen.Wel is er een mooie visvijver, aan de rand waarvan we in de zon ons avondmaal bereiden. Gelukkig is er wel een café dat ook als opslag voor velerlei handel wordt gebruikt. We maken hier kennis met het verschijnsel dat iedereen die binnenkomt iedereen een hand geeft,ook ons  vreemdelingen. Mooie gewoonte. De GPS kan hier worden opgeladen en we kamperen tussen een verzameling oude caravans en bestelauto's. Een wat merkwaardige camping, maar we slapen uitstekend.
Dinsdag 5 juni - Plouvain - 64.87 - 13.6
Ontwaakt met een zon die de hele dag bij ons blijft. De eerste stop is Givenchy voor een monument voor tunnelgravers, de mannen die de toppen van de heuvels ondermijnden, een niet geheel risicoloze onderneming blijkt: donker en gevaarlijk.
Daarna door naar Notre Dame de Lorette. Omdat het vandaag helder is hebben we de hele dag fantastisch uitzicht, waarvan het beklimmen van NDdL het allermooiste is. NDdL is een oorlogskerkhof met meer dan 44.000 doden, deels in een ossuarium. Een groot Frans monument, waar in een toren uit elke Franse oorlog een onbekende soldaat zijn laatste rustplaats heeft gevonden. Rijen diep en stapels hoog. Ernaast een grote spierwitte kerk, omringd met duizenden kruizen. De plaats wordt bewaakt door 3500 (!) merendeels ouder vrijwilligers. Een beetje overweldigd door al dit voormalig geweld kunnen we er ons niet meer toe brengen nog een bezoek aan het museum te brengen. Helaas vergeten we ook koffie te drinken in het restaurant en missen zodoende de uitstalling van heel veel koffiepotten.
De lunch bereiden we kort hierna op de trappen van de fraaie ruïne van een XIVe-eeuwse kerk in Alblain St.-Nazaire. Tussen Souches en Vimy het kolossale, schitterend gelegen Canadese oorlogsmonument.  Tegenover de ingang van het Canadees monument ook een monument voor Marokkaanse strijders, overigens niet het enige Marokkaans monument dat we tijdens onze tocht zullen tegenkomen .Er is hier hevig gevochten en de aanpalende bossen mogen wegens het ontploffingsrisico van achtergebleven materiaal nog steeds niet worden betreden; waarschuwingsborden alom. Iets verderop weer loopgraven, met jeugdige bezoekers en een informatiecentrum.
De volgende stop is Arras waar we de kathedraal bezoeken, volgens de borden het enige neoklassieke kerkgebouw in Frankrijk. De cache in het nabijgelegen park wordt niet geraapt omdat de locatie wordt bevolkt door vele, hormoongedreven, jongeren. Arras lijkt een prima stad om uit te gaan, veel terrassen en eetgelegenheden rond mooie pleinen, helaas ook met veel autoverkeer dat zich door de smalle straatjes perst.
Na een bier richten we ons op de Camping Municipal in Plouvain. Hier ontbreken elektriciteit en warm water en het vaste bewonersdeel beroept elkaar over de hele camping, maar de douche is prima en mijn GPS wordt opgeladen door een vriendelijke mijnheer, die ik als dank beloof een kaart te sturen. Juist klaar met eten vallen druppels en haastig zetten we de tarp weer over de tent. Overbodig volgens passanten, het weer moet weer goed worden. Ze blijken geen gelijk te hebben.
Woensdag 6 juni - Authuille - 47.04 - 13
Vannacht stortbuien. En zo leer ik dat ik in een dergelijk geval de tarp beter met 1 stok kan opzetten om te voorkomen dat  waterzakken van meer dan 10 liter op mijn tent komen te hangen. Als we vertrekken regent het nog steeds maar weldra wordt het droog. Het landschap waar we doorheen fietsen is mooi, met grote akkers waarop graan, aardappelen en erwten. Door de sterke tegenwind kunnen we geen vaart maken, zelfs heuvel-af moeten we bijtrappen. Vermoeiend en niet handig in deze glooiende omgeving. Gelukkig blijft het, ondanks de loodgrijze luchten, wel de hele dag droog.
Vandaag zien we de hele dag geen bakkerij. In Achiet-le-Grand (what's in a name) wel een soort supermarkt en in Achiet-le-Petit (inderdaad klein) een rijdende winkelwagen waar we ons wat extra lekkers aanschaffen. De locale bevolking betaalt hier nog met cheques die moeten worden voorzien van een handtekening.
Direct na Hamel de steile helling waarin in ons routeboekje melding wordt gemaakt; we komen beide fietsend boven en zijn tevreden over onszelf. Boven staat de Ulster Tower,het eerste gedenkteken dat na de oorlog opgericht. Volledig omringd door uiterst beschaafd lunchende Engelse scholieren en rijen granaathulzen verorberen we hier een ijsje in de zon. Even later Thiepval Memorial, een reuzegroot gedenkteken voor de 10.000den onbekende Engelse en Franse soldaten omgekomen in de Slag bij Thiepval.
Moegestreden landen we om half vier op de camping Bellevue in Authuille, waar ik na een gesprek met de campingbeheerder een granaathuls cadeau krijg. Jammer dat dat ding zeker vijf kilo weegt ...
Zoals we langzamerhand gewoon zijn begint het tijdens het eten te regenen. Van weeromstuit zakt L. door haar stoeltje. Weer liggen we om half tien in bed. Regen en wind laten niet af dus ga ik hier en daar wat extra lijntjes spannen: kamperen gaat niet altijd over rozen!
Donderdag 7 juni - Bethencourt - 57.20 - 13.8
Bij vertrek droog, soms zelfs wat zon. Vrij snel na vertrek passeren we Lochnager Crater, de enige krater in particulier bezit. Waar eens een Duits hoofdkwartier was is nu een gat van meer dan 100 meter breed en dertig meter diep. Van onderuit opgeblazen. De getallen op de diverse informatieborden stemmen niet overeen, iets dat we wel vaker zien.Verder fietsend passeren we in Fricourt, een Duits oorlogskerkhof. Wederom erg somber en ook hier Joodse graven.
In Longueville het Zuid-Afrikaans gedenkgebouw: en deel van de Zuid-Afrikanen vocht aan Engelse/Franse zijde, een ander deel aan de Duitse kant. Historisch zeer verklaarbaar. Het museum bezoeken we niet: precies voor de ingang wordt door mannen in beschermende pakken onkruid weggespoten. Delville Wood, waar indertijd nog slechts 1 boom resteerde, is intussen weer getransformeerd tot een compleet bos.
In Peronne genieten we eerst een uitstekende lunch bij Chez Albert: prima omelet in ruim boter. Daarna het Historial de la Grande Guerre: een aardig, erg visueel ingesteld museum.
De Hypermarché, ver buiten de stad gelegen, biedt ruim mogelijkheden voor de aanschaf van een avondmaal. Verder fietsend komen we in een wolkbreuk terecht; rond Brie en verder spoelen een modderstromen van de schuin aflopende akkers over de weg en kolken over onze velgen. De camping in Bethencourt heeft juist een nieuwe eigenaar en staat, in tegenstelling tot de mening van verschillende dorpsbewoners, wel losse kampeerders toe. Een prima plek, goed beschut tegen de heftige winden in de buitenwereld, mooi gelegen aan een blijkbaar prima viswater. Overigens is na de stortbuien de zon gaan schijnen zodat we alle natte voorwerpen weer kunnen drogen. Roadkill vandaag: 1 dode das en 1 dode patrijs.
Vrijdag 8 juni - Attichy - 72.07 - 13.3
In het onchtendgloren maakt e ochtendregen van de bijna droge kledingstukken die we buiten lieten hangen weer natte doeken. Met heftige tegenwind over een drukke weg terug naar de eigenlijke route; een ietwat onprettige ervaring omdat de grote vrachtwagens niet altijd ruim om ons heen kunnen rijden. Zonder enige beschutting op de vlakte waar we doorheen fietsen komen we soms niet sneller vooruit dan 10 km/uur. Boodschappen zoals gebruikelijk aan het begin van de route. Tijdens de lunch op een bankje in Lasigny begint het weer te regenen. Na Thiescourt kiezen we voor de alternatieve route en rijden zo nogal om. Een fout die we in het Foret de Laigue niet meer maken: het pad is bar slecht maar de wegwijzers in het bos, die verwijzen naar plaatsen waar we niets te zoeken hebben zijn erg leuk. Wel tuimelt L. op een steile helling tijdens een stortbui van haar fiets, gelukkig zonder ernstige gevolgen. Wanhopig op zoek naar koffie belanden we in Montmarc in een café waar meer wordt gegokt dan gedronken.
Nabij Francport bezoeken we de Clairière de l'Armistice in het museum op de plaats van de Duitse overgave op 1 november 1918. Een interessant museum met heel veel stereofoto's en de (nagebouwde) wagon waarin de overgave is getekend: de oorspronkelijke is in 1945 in Berlijn vernietigd. Erg druk hier met grote en kleine Fransen.
De camping in Attichy, wel mooi gelegen, biedt een veelheid aan lawaai: de TV van de overbuurman en twee grasmaaiers die tot 8 uur in de avond doorgaan. Morgen zijn ze immers vrij en de klus moet af. Overigens zijn er de hele vakantie bijna geen campings waar niet in onze aanwezigheid gras wordt gemaaid. Als dat niet gebeurt komt dat omdat volgens de verklaringen het gras te nat is. Onze Nederlandse buren blijken nog twee dagen te blijven: op zondag mogen vrachtauto's niet op de grote wegen rijden en dan kunnen zij eenvoudiger Parijs heen ronden.
Zaterdag 9 juni - Aizelles - 79.2 - 15.7
Vanmorgen onder een blauwe lucht uitgezwaaid door de eigenaar van de TV. En eindelijk een dag dat we profiteren van de wind: deze blaast ons in de rug als we naar Soissons rijden. Hier bekijken we de fraaie kathedraal en een voormalige abdij, waarvan nog slechts het voorgebouw en de refter resteren. De rest van het complex in in de loop der tijden afgebroken, als losse stenen en onderdelen verkocht door een aannemer die het complex na de Franse Revolutie overnam. Als we weer door de stad fietsen merken we dat we het drukke verkeer in feite nu al zijn ontwend.
Omdat het helder weer is besluiten we te kiezen voor het routealternatief over de Chemin des Dames in plaats van de route door het dal. Een magistrale weg (28 kilometer rechtdoor) met kilometers ver uitzicht naar beide zijden, beginnend bij het Panorama de la Royère, waar we ruim pauzeren en eindigend voorbij de Caverne du Dragon, een door de Duitsers ingegraven versterking op een voor de Franse troepen niet benaderbare hoogte en die daardoor 10.000den doden vergde. In aanloop naar de camping nog snel wat caches geraapt (waaronder een onder de voeten van Napoleon). De camping past wel bij deze uitmuntende dag: buiten, in een stille, parkachtige omgeving achter een boerderij, voorzien van een biertap. De vriendelijke beheerder en zijn gezin wonen in een stacaravan in hun schuur.
Zondag 10 juni - Val-deVesle - 65.61 - 14.3
Het toegezegde slechte weer blijft uit maar na gisteren zijn alle andere routes voorlopig minder mooi. In Cormichy passeren we de eerste wijnvelden in de Champagnestreek en dat worden er steeds meer. Zo zelfs dat in Pouillon volgens de borden op de huizen werkelijk iedereen champagneleverancier lijkt te zijn. Kort daarna rijden we Reims binnen via een eindeloos lijkend fietspad langs een kanaal met kalkgroen water. We zoeken de kathedraal, parkeren onze fietsen bijna binnen en gaan daarna eerst koffie drinken en touristen bekijken. De kathedraal zelf is erg mooi (geworden): grotendeels schoongemaakt lijkt hij niet meer op het zwarte monster uit mijn herinneringen. Na een uitgebreid bezoek schaffen we nog wat souvenirs (magneetjes) en kaarten aan en raken aan de praat met andere Nederlandse fietsers die vanaf de Middellandse Zee naar huis aan het fietsen zijn. Het is intussen zo laat geworden dat we hier ook maar lunchen (salade), vergezeld van een halve liter Cuvé des Trolles, voor een afschrikwekkend bedrag. De route voorzettend belanden we weer langs het kanaal op een geasfalteerd pad. Dat gaat later over in een onverhard, grasachtig jaagpad, hetgeen passanten die ons bepakt en bezakt langs zien komen de opmerking ontlokt: "Ce sont des Hollandais!". Aan het einde blijken we nog vijf kilometer over een grote weg te moeten fietsen om bij de camping te komen: nu we de heuvels hebben verlaten worden de wegen weer drukker. De camping is redelijk bezet met voor 90% Nederlanders. Handig voor het (laten) opladen van mijn GPS. Het geluid van de dag: kleine helikopters die voortdurend over de camping vliegen.
Maandag 11 juni - Varennes-en-Argonne - 82.11 - 14.7
Vannacht regen, vanmorgen regen, de rest van de dag afwisselend loodgrijze bewolking en regen. Daarom de dag begonnen met een overdekt ontbijt bij de afwasbakken. Voor het vertrek nog een cache rapen tegenover de werkplaats van  Christian Lapie, een beeldhouwer van grote figuren uit boomstammen waarvan we er eergisteren ook enkele zagen  bij de Caverne du Dragon. Erg indrukwekkend! Om weer op de route te komen eerst 10 kilometer rechtdoor langs een drukke weg. Het eerste deel van de tocht is wat saai: veel landbouwgronden zonder afwisseling, daarna wordt het uitzicht steeds beter waarbij de aanwezige nevel wel echte vergezichten belemmert. Leuk onderweg het dorpje La Gare: de rails zijn weg, maar verder is alles nog zoals het was; een volkomen verstild station. Na weer een militair oefenterrein, zo te horen volledig in gebruik, komen we langs de plaats met misschien wel de mooiste naam in Frankrijk: St. Martin l'Heureux, waar we overigens geen koffie kunnen krijgen. Lunchen doen we daarom op een tenniscourt in Manre waar het juist even droog is. Na Binarvile afgedaald naar het monument van het "Lost Bataillon", weliswaar schitterend gelegen aan een lieflijk meer maar getuigend van een verschrikkelijk verhaal waarin soldaten sneuvelen omdat werkelijk alles wat mis kan gaan ook mis gaat. Hierna klimmend naar Apremont; kort hiervoor nog Duitse oorlogsgraven in een nat en somber bos: triest.
Een paar kilometer voor de camping krijgen we nog een stortbui over ons heen zodat we drijfnat arriveren. We melden ons zoals aangegeven bij Marcel en doen daarna inkopen. Uiteindelijk dineren we aan onze picknicktafel in de zon!
Dinsdag 12 juni - Varennes-en-Argonne -49.12 - 16.2
Vandaag een Rondje Aragonne, een extraatje in onze reisgids. Eerst pikken we wat lokale historie op rond de arrestatie van de vluchtende Lodewijk XVI en zijn gevolg, welke uiteindelijk zal eindigen met zijn onthoofding in Parijs. Daarna onze 2 minuten zon tijdens het bekijken van het Pennsylvania Monument, een erg groot gedenkteken voor gesneuvelden uit deze staat. De route is mooi fietsen in een mooi landschap, erg fijn zonder bagage maar helaas nogal vochtig; een beetje klimmen, een beetje dalen. De Butte de Vauquois bezoeken we wegens de weersomstandigheden niet. We lunchen in Aubreville waarna we de aangekondigde steile helling voor Locheres beiden fietsend beklimmen.
Bij Haute Chevauchée, een ossuarium en gedenkplaats aan de rand van een krater, besluiten we naar de Kaisertunnel te lopen, dit in gezelschap van een Frans echtpaar dat ons ervan probeert te overtuigen dat er nog veel meer oorlogsverleden in de omgeving (tot 100 kilometer, zij zijn met de auto) te zien is. De tunnel blijkt afgesloten waarna we over slechte wegen en paden naar het Abri du Kronprinz  fietsen, de bunkers waar de Duitse kroonprins leiding gaf aan zijn deel van het front. Plassen vermijdend druk ik mezelf hier nog bijna in een bomkrater. De luxe in deze bunkers is deels nog te zien: stuc-plafonds, open haarden, telefoonnissen. Terugkerend naar de camping arriveren we daar juist voor de volgende stortbui die ons het praten in de tent onmogelijk maakt door het kletteren van de regen op de tent. Gelukkig staat de tarp op zodat we droog buiten kunnen eten.
Woensdag 13 juni - Varennes-en-Argonne - 49.16 - 16.2
Vanmorgen nog steeds stromende regen; we nemen het besluit nog maar een dag op deze camping te blijven. Omdat het wel lekker ligt in onze slaapzakken worden we om half twee wakker. We lunchen met Flan de cherise. Omdat het bijna droog is fietsen we richting Romagne zodat we morgen een deel van de route kunnen afsteken. Wederom mooie hellingen en uitzichten. Kort voor Romagne gestopt om koffie te drinken op een Nederlandse camping (SRV, trekkershutten) omdat ik in eerste instantie denk te zijn beland bij de Nederlander die een privémuseum moet hebben in het dorp. Dat blijkt niet zo te zijn maar we praten wat met de eigenaresse over het wel en wee van campinghouderschap in deze regio (sterk weersafhankelijk).
Daarna doorgefietst naar het grote Amerikaans oorlogskerkhof waar ongeveer 100.000 gesneuvelde Amerikanen zijn begraven en/of worden herdacht (overigens maar 1% van het aantal gesneuvelden in WW I!). Onvoorstelbare aantallen. Op de terugweg weer een bui, maar eenmaal op de camping kunnen we droog koken en eten. Onze tarp hoort intussen blijkbaar al zo bij het landschap dat vogels de rand gebruiken als uitkijkpost. 's Avonds praten we nog met een Nederlands echtpaar dat de hele route in 14 dagen wil fietsen. Kan ook, maar onze insteek is anders.
Donderdag 14 juni - Chatillon-sous-lesCotes - 66.0 - 13.9
Zon! We kunnen het bijna niet geloven! Na aanvankelijk wat twijfels over de te volgen route snel richting Avocour. Wel over het asfaltalternatief, we twijfelen of de bospaden na de regen van de afgelopen dagen wel begaanbaar zullen zijn. We drinken koffie op een terras van wat later Verdun blijkt te zijn, hetgeen ook het grote aantal langskomende Nederlandse toeristen verklaart. Verder gaande leidt de weg ons via in eerste instantie over een soort geitenpad naar het Memorial de Verdun, een museum over de Grande Guerre, een bezoek waard. We hebben tijd genoeg en de collectie is zo gegroepeerd dat alle aspecten van oorlogsvoering thematisch aan bod komen.
Het verder gelegen ossuarium Douaumont, waarin zich de resten van 130.000 ongeïdentificeerde Franse en Duitse soldaten bevinden, vraagt entreegelden. Dat laten we aan ons voorbij gaan en na een korte blik fietsen we verder. We fotograferen onderweg onze tweede dode das en maken nog wat foto's van loopgraven waarin bomen zich in het verzamelde water spiegelen.
Op de rustige, verlaten camping vinden we een plaatsje tussen twee visvijvers en, omdat het voor het eerst sinds 14 dagen droog is, doen we de was. Daarna tot laat in de zon gezeten, genietend van het windstille weer.
Vrijdag 15 juni - Saint Mihiel - 46.60 - 14.4
Wakker geworden van het tikken van de regen op de tent. Nog minder prettig dan anders omdat de was nog buiten hangt en nog lang niet droog is. Die halen we dus binnen en gaat nat mee als we om tien uur opstaan. Het weer klaart uiteindelijk op; als we om ruim elf uur wegrijden is het bijna droog en om twaalf uur zien we de zon weer. De route leidt ons eerst langs volbeladen fruitbomen (Watonville), later langs akkers die langzamerhand kleiner en bosrijker worden. Veel dalletjes en uitlopers van heuvels.
We stoppen bij het graf en het gedenkteken van Alain Fournier (auteur van Le Grand Maulnes). Uiteindelijk kunnen we weer eens in de buitenlucht lunchen: het lijkt wel vakantie. We blijken berggeitcapaciteiten te ontwikkelen: de erg steile helling na Saint Remy la Calonne (13% en meer) befietsen we beiden. Gezien de lengte van de trip zijn we vandaag al om half vier op de camping, zodat we ons een ruime, zonnige plaats kunnen uitzoeken. Nog voor het opzetten van de tent hangt de was al te drogen. Op deze, direct aan de Maas gelegen, camping lijkt de tijd sinds 1950 te hebben stilgestaan voor wat betreft de voorzieningen maar verder is alles prima in orde. Aardig is ook dat enkele jaren geleden bij hoog water er meer dan een meter water heeft gestaan daar waar wij nu onze tent hebben geplaatst. Onze(Nederlandse)  buren blijken een nog langere vakantie te hebben gepland dan wij: zij fietsen naar Barcelona en keren dan via een andere route weer terug naar huis: jaloersmakend.
Zaterdag 17 juni - Nancy - 27.08 - 13.4

Omdat we vandaag maar een klein stukje hoeven af te leggen slapen we uit en worden met zon wakker. We nemen de tijd om de tent eens goed te laten drogen zodat we weer pas rond elf uur vertrekken. Een mooie, rustige route langs de Moezel. Het venijn zit in de staart: de camping in Nancy ligt ver boven de stad en dient te worden bereikt via een eindeloze 10%-helling, steeds rechtdoor, zonder afwisseling en dat in een brandende zon. Je hoort onze druppels vallen. Als we op de camping aankomen heeft het personeel nog middagpauze. We lunchen daarom maar op een aanpalend grasveld in de schaduw van wat bomen. Gelukkig kan de receptie later brood en bier bieden, zodat we een mooie rustige middag in de schaduw van onze tarp tegemoet gaan.
We doen een wasje en als dat klaar is komen onze buren van gisteren langs. We besluiten(? is er keuze) in het campingrestaurant te gaan eten, tezamen met bijna alle ander campinggasten, bijna allen Nederlanders. De entrecote die uiteindelijk komt is speciaal: minuscuul maar wel erg goed doorbakken. De (ruime hoeveelheid) wijn maakt veel goed. Na een avondwandeling waarbij we wat wilde bloemen voor bij de tent plukken is het goed rusten
Maandag 18 juni - Nancy - --
Uitgeslapen en daarna met de bus naar het centrum: we hebben geen zin de helling nog eens te nemen. Bij de VVV plattegronden gehaald en door de stad geslenterd, op zoek naar Jugendstil panden (veel), een nieuwe lensdop voor mijn fototoestel (nee) en en campingstoeltje (ja). Nancy blijkt een aardige stad met mooie pleinen en gebouwen. De kathedraal  daarentegen is droevig: wat onderkomen, lekkagevlekken, leeg en rumoerig door de jeugd die zich vermaakt tegen de kerkdeuren. Geen Sint Janneke! Als lunch nuttigen we een salade tegenover een kerk waarvan ons gidsje beweert dat er een heel bijzonder interieur aanwezig zou zijn maar die helaas gesloten blijkt.
Alvorens de terugtocht te aanvaarden drinken we nog en bier op het erg mooie Place Stanislas. Als we bijna klaar zijn waaien door een windvlaag tafels en stoelen om zodat we nieuw bier krijgen; eerlijk als we zijn vragen we slechts om een kleintje. Terug op de camping besluiten we de dag met een maal van meloen, soep en brood, de benen voor de tent gestrekt. Een mooie dag.
Woensdag 20 juni - Ban de Sapt - Le Fontenelle - 51.12 - 12.6
Vannacht regen, maar tegen het vertrek wordt het droog. Op een enkel onweersbuitje na blijft dat zo de hele dag. Bij Montreux bekijken we nog wat, feitelijk heel mooi gelegen bunkers en de bewegwijzering van de wandelroutes langs de complexen. Mooi uitzicht weer vandaag, die wel eerst moeten worden verdiend. Vandaag posten we alvast de verjaardagskaart voor onze jongste dochter, in de hoop dat die tijdig zal arriveren. De Franse post vertrouwen we wel, maar we zijn niet zeker van het laatste deel.
In Raon l'Etape drinken we een bier, eten durum kebab en kunnen de caches niet vinden.
Wel zien we zo een hotel waarvan de kamers de vorm hebben van zelfstandige trolleholen maar een luchtig geklede mevrouw in gesprek met klanten maakt het geconcentreerd zoeken hier niet echt mogelijk. Op een andere cache-locatie heeft een jong stel elkaar juist wel gevonden.
Verder fietsend komen we langs de Abdij van Moyenmoutier, groot en met geopende kerk. De rest van het kolossale pand wordt juist gerestaureerd. Het interieur van de kerk is voorzien van veel kitsch, maar beschikt ook over een groot orgel en twee prachtige polychrome Mariabeelden.
Dit bezoek wordt gevolgd door een grote klim naar de camping. L. vindt al die hellingen niet aangenaam maar  komt wel elke keer boven. Dapper dus. Op de camping wordt, zoals overal elders, gras getrimd. Het blijft mij onduidelijk waarom dat altijd in onze aanwezigheid moet gebeuren. De verder overigens rustige camping ligt naast een boerderij, de kippen lopen bijna te tent in en het uitzicht is weids.
Vrijdag 22 juni - Belles Huttes - 31.47 - 10.7
Wat later opgestaan omdat we vanwege de komende hellingen niet zo ver willen fietsen. De tocht vandaag is weer schitterend, de condities wat minder. Het eerste deel van de route is een vals plat, met wind op kop, met slecht te befietsen asfalt. Maar het dal waar we doorheen rijden is een plaatje met links en rechts met zon overgoten heuvels, mooie huizen enzovoorts en dat leidt wel af. We vullen onze bidons nog bij een bron in Sachemont en beginnen aan de eerste klim van vandaag, de Col de Surceneux.
Maar eerst passeren we nog de Scierie du Lançoir, een historische houtzagerij. Als we even stoppen blijkt dat we nog net mee kunnen met de rondleiding: een tour vol technische termen in het Frans. Die blijkt overigens zo volledig dat we na afloop het gevoel hebben de zagerij wel te kunnen bemannen. Indrukwekkend is het unieke, door waterkracht aangedreven turbine-schoepenrad.
Later lunchen we aan de oever van een meer, waarna ons de opgave van de dag wacht: de Col de Feignes. Steiler en met minder uitzicht dan de vorig beklimming. Wel leuk is het in een haarspeldbocht naar beneden te kijken en je dan te realiseren dat je zojuist nog vele meters lager fietste: bemoedigend. Wegrijden na een stop is lastig: ik val in zo'n situatie om en lig in fietshouding, voeten nog op de trappers, op straat. Gelukkig zorgen de fietstassen voor afstand tussen frame en wegdek.
De camping is groot, nogal leeg en ligt in een skigebied dat verder wordt ontwikkeld met niet al te mooie nieuwbouw. De beschikbare voorzieningen op de camping zijn uitstekend, we hebben zelfs een riviertje bijna voor de tent.Omdat het vakantieseizoen in Frankrijk pas over drie weken begint zijn veel onderdelen nog gesloten: het zwembad, de bar, het restaurant en de winkel wordt niet bevoorraad, zodat alleen heel lang houdbare spullen te koop zijn.
Na het eten schieten we ijlings de tent in: we worden gek van hele kleine kriebelmugjes in de windstille avond.
We zitten ruim in de tijd en besluiten daarom een dag extra te blijven en de komende dagen wat kortere routes te rijden om niet te lang in Basel op onze gereserveerde trein te moeten wachten.
Zaterdag 23 juni - Belles Huttes - --
 Vandaag alleen wat gelezen en de vijf lokale bieren geproefd die we gisteren kochten. Niet zo'n succes overigens: vier ervan kunnen we amper onderscheiden en de vijfde is een uitgeperste abrikoos.
Vanavond weer binnen gegeten vanwege die klein mugjes. We eten noodgedwongen uit onze noodvoorraad en hebben geen brood voor morgenochtend: de winkel is al gesloten als ik om half zes langs kom.
Zondag 24 juni Burnhaupt-le-Haut - 59.9 - 16.4
De dag begint weer zonnig. Wat een verschil met het eerste deel van de vakantie.  We verorberen ons knäckebröd omdat baguettes niet te verkrijgen zijn. Al snel op weg naar de Col de Bramont, letterlijk het hoogtepunt van onze trip. De helling is redelijk lang en niet onsteil maar beiden fietsen we in een rustig, regelmatig tempo naar boven. L. begint hellingen zelfs een beetje leuk te vinden, al heeft ze zo nu en dan wat last van hoogtevrees. Dan eindeloos naar beneden, haarspeldbocht na haarspeldbocht. Dat eindigt in Wildenstein, waar we nog een kerk uit 1845 in oorspronkelijke staat bekijken. Verderop langs een stuwmeer over een eenrichtingsweg, waarbij de andere rijstrook is ingesteld als parkeerplaats voor recreanten. Uiteindelijk belanden we in Kruth waar we na wat vragen een bakker kunnen lokaliseren. Met bosbessentaartjes als verrassing. Het fietspad volgt de Thur, die we zien uitgroeien van beekje tot rivier. In Wiler de beste lunch van deze vakantie: twee maal salade gourmande, met veel foie gras, veel zalm en veel eend.
Per ongeluk belanden we in Vieux Thann, dat een aardig plaatsje blijkt te zijn met een schitterende gothische kerk.
Na Thann verandert het landschap: eerst de wijngaarden van de fameuze Thann Grand Cru vins, waarna de route door industriële en bebouwde gebieden leidt; het mooie deel van de route lijkt voorbij. In Anspach beginnen we dan ook met een zekere weemoed aan het laatste deel van ons traject. Kort voor de camping moeten we nog halt houden voor een museumtrein. De camping past daar wel een beetje bij: wat somber en vochtig. Gelukkig wel een bar zodat we bij een glas Wendeliusbier onze opties voor een verblijf in Basel kunnen doornemen.
Maandag 25 juni - Courtavon - 48.51 - 13.8
Hoewel het in de nacht en ochtend regent vertrekken we rond half elf met een bijna droge tent. Het is de dag van de lange eenvormige stukken: een flink stuk onverharde weg met verse, losse steenslag voor Eglingen, vervolgens langs het Canal du Rhône au Rhin, waar we alleen al op ons traject meer dan 10 sluisje tegenkomen; later lezen we dat het hele traject 80 sluizen bevat, alle bediend door met auto's rondrijdende mobiele sluiswachters. Hierna van Dannemarie tot Pffferhouse 25 kilometer vals plat op een oude spoorbaan.
Hoogtepunten van de dag: het natuurpark bij Merzen, de bron van Broeder Morand, midden in een doornat, verzopen bos, het ooievaarsdorp in Hindlingen, waar tientallen van die vogels al dan niet gekooid te bewonderen zijn, het uitzicht op de laatste uitlopers van de Vogezen en een vijver vol roze waterlelies. We steken een paar keer de grens tussen Frankrijk en Duitsland over maar belanden uiteindelijk in Frankrijk.
De camping maakt deel uit van een communautair recreatieterrein dat blijkbaar niet heftig wordt gebruikt. De trapbootjes op het meer zijn vastgeketend, het restaurant is gesloten, alles lijkt buiten gebruik. Gelukkig verkoopt de plaatsvervangend campingbeheerster als ik daarom vraag ons wat bier uit eigen voorraad. Ze wordt voortdurend gevolgd door Jakob, een tamme raaf. Verder is alles rustig en stil, veel vaste campingbewoners werken in Zwitserland maar mogen daar niet wonen. We hebben geluk gehad: de in Fraize aangekondigde storm heeft ons gemist, maar we zien en horen overal van redelijk veel schade: uitgevallen stroom, omgewaaide bomen etcetera.
Opmerking van de dag: L. :"Laten we terug gaan naar de bergen, het is hier maar saai!". Tijdens deze tocht wordt iedereen berggeit.
Voor het slapen gaan delen we ons bier met een eenzame Duitse fietser die al zeven weken vanuit Malaga onderweg is naar huis. En de camping delen we met een ontzagwekkende hoeveelheid slakken die werkelijk overal in, tussen, onder en op kruipen.
Dinsdag 26 juni - Hunnigue - 59.17 - 15.3
De route is voltooid: onze tent staat op dezelfde camping als aan het einde van onze eerste grote fietstocht in 2003, onder dezelfde boom  zelfs.
De heuvels van vandaag (Oberlarg en na Olitingue) trokken behoorlijk aan onze spieren, maar wederom een mooie tocht. Jammer dat het in de ochtend regent, maar klaart de lucht rond het middaguur op en juist op tijd hebben we weer helder zichtt.
Vreemd voor ons is de overgang van wegen waar je de auto's van heel ver kunt zien en horen aankomen naar de drukte van een stad als Basel, waar we dwars doorheen moeten. Op de camping geen haast; de beheerder is gras aan het maaien en beduidt ons rustig aan te doen: wij zetten eerst koffie, de tent komt later wel. Bier gehaald en een  restaurant gezocht, hetgeen nog niet meevalt. Uiteindelijk belanden we in een aardig Turks restaurant. Daarna voor de vierde keer de grens overgestoken, nu over de Dreiländer Brücke dicht bij de camping, naar Duitsland.
Woensdag 27 juni - Huningue - 22.1 --
Op en neer naar Basel. Vroeg ontwaakt vanwege de hitte in de tent! In Basel parkeren we onze fietsen op de Markt in een grote fietsenstalling, drinken weer eens prima koffie en halen bij de VVV interessante folders die we op een terras bestuderen. Vanzelfsprekend volgen we geen enkele wandeling volledig; dat lukt ons nooit, we zijn te eenvoudig af te leiden. Al wandelend komen we soms op plaatsen die we ons herinneren, andere zijn volledig nieuw.
Tussen de middag een lunchconcert in de Elisabethenkirche, een kerk met mooie akoestiek: moderne muziek in een koele omgeving. Aangenaam, buiten is het redelijk warm. We dwalen wat verder, lunchen aan de oever van de Rijn, slenteren langs terrasjes. Op de terugweg naar de camping glijdt L. weg over tramrails en beschadigt hand en broek. 's Avonds is er een voetbalwedstrijd op TV waarbij in de omgeving van de camping heftig wordt meegeleefd. Daarna prima geslapen.
Donderdag 28 juni - Huningue - 16.4 - -
Een warme en vooral culturele dag: Vitra-dag.
Allereerst het designmuseum: het pand zelf, een ontwerp van Frank Gery: speels, licht, fantastisch vormenspel. De tentoonstelling raakt ons minder: Gerrit Rietveld is in Duitsland misschien minder bekend, maar voor mij is het minstens de vierde maal dat ik een tentoonstelling over zijn leven en werk bezoek. En ze hebben hier zo'n mooie eigen collectie!
Maar deze teleurstelling wordt volledig goedgemaakt door de architectuurwandeling over het terrein van Vitra, een soort Ikea voor designmeubels. Toen in 1969 80% van de hallen afbrandde besloot de directie de nieuwbouw van de Vitra-campus te laten ontwerpen door belangrijke, niet-Europese architecten. Hetgeen uitmondde in ieder geval mooie gebouwen. Het lijkt me de vraag of ook alles functioneel is geslaagd (de brandweerkazerne van Zaja Hadid voldeed in ieder geval niet in de ogen van het personeel en de Dome van Richard Buckmister Fuller heeft de akoestiek van een groot wijnvat) maar mooi is het wel. Daarna lunch in het Vitra café en bezoek aan het VitraHaus, waar we ons onder meer uitgebreid lieten voorlichten over de aanschaf van de Living Tower, die we ons naar het blijkt voor 11.000 euro kunnen aanschaffen.
Op de weg terug lijkt een vreselijke onweersbui te zullen losbarsten, maar het blijft bij een paar druppels. Een eenzame fietser blijkt niet echt van eenzaamheid te houden; hij heeft op het bijna lege veld zijn tent tussen onze haringen opgezet. Verder een rustige avond.
Vrijdag 29 juni - Huningue - 84.72 - 18.8
Fietsdag, bij temperaturen die volgens mijn thermometer de 35 graden overstijgen. We besluiten de Rijn naar het Noorden te volgen en onderweg wel te zien welke route te nemen. We beginnen op een groot industrieterrein maar na een viijftal kilometers belanden we op een fietspad langs het water.
Dat water blijkt een stuwmeer met krachtcentrale in de Rijn te zijn; de scheepvaart gaat hier door een parallel lopend kanaal. Op de heenweg kiezen we er voor hoog te fietsen; steile hellingen (15% en meer) maar met geweldige vergezichten en meer verkoeling; we smelten in ieder geval in een mooie omgeving. Uiteindelijk dalen we weer af, lunchen niet bij een restaurant met drie Michelinsterren maar bij een bistro waar de zonneschermen vanwege de wind niet mogen worden uitgeklapt. We smelten door.
Op de terugweg drie maal door een vorde, waarbij de eerste en de laatste ons ruimschoots de gelegenheid geven af te koelen. Mooi is ook de Bar d'Ippenheim, een barrage over de hele breedte van de Rijn, in gebruik als recreatiegebied. Op de camping drinken we een bier om ons vochtgehalte op peil te brengen waarna we doorrijden naar Basel waar op zes podia bluesmuziek wordt gespeeld. Goede muziek, ontspannen sfeer, prima voorzieningen, straten en pleinen blijven schoon, er wordt niets weggegooid. Rond half een zijn we weer bij de tent, waar intussen ook het feestje van de Kanoclub is afgelopen. Daar hebben we dus niets van meegekregen.
Zaterdag 30 juni - Huningue - 5 - 11
We brengen de dag lui door op de camping. Maken de biervoorraad op (nou ja, voorraad), lunchen met de resten van de Kanoclubmaaltijd en gaan Chinees eten aan de overkant van de brug. Misschien niet zo'n verstandig besluit: het beoogde restaurant is nog niet geopend (of weer gesloten) en de vervangende chinees wordt wel door een ander Nederlands stel gewaardeerd maar in geen enkel opzicht door ons.
Zondag 1 juli - Huningue - 8 -13
De laatste dag. Regen, regen, regen. Gelukkig hoeven we de camping niet om elf uur al te verlaten en we komen daarom de tent alleen uit om te gaan eten. Een prima maaltijd onder dezelfde geraniumboom als elf jaar geleden. Loeki geniet van haar Jacobsschelpen en mijn entrecote is ook nogal wat beter dan die van een paar weken geleden.
Bij het inpakken van de tent willen de tentstokken niet meer uit elkaar (Hilleberg zal hiervoor later geen enkele verantwoordelijkheid nemen en er zich met wat smoezen vanaf maken) en we hebben wat extra handen en kracht nodig om dat toch voor elkaar te krijgen. De rit naar Basel is eenvoudig omdat deze samenvalt met de finale van het EK voetbal op TV: niemand is buiten. Op het station zetten we onze laatste franken om in broodjes waarna de trein ruim op tijd binnenkomt om rustig fietsen en bagage te kunnen inladen. Wel een verschil met de immer hectische momenten op de stations in Nederland. Het blijkt dat het de bedoeling is dat we direct gaan slapen (na 22 uur mogen de bedden niet meer te mogen worden opgeklapt in verband met geluidsoverlast voor de buren) maar wij vermaken ons nog even door met een hoppig Duits bier in de hand naar het voorbijsnellende  landschap te kijken.
Maandag 2 juli - 's-Hertogenbosch - 72.6 - 15
Om half acht stappen we wat brak uit op station Arnhem (slapen in een rijdende trein is niet iedereen gegeven) en peddelen rustig naar huis. Einde van een vakantie die in het begin lang bleek te duren (een maand ...) maar uiteindelijk nog langer had mogen zijn. En de regen? Die zijn we eigenlijk grotendeels weer vergeten. En meer dan 2000 foto's zullen onze herinneringen levendig houden.

Geen opmerkingen: