De Rode Jasjes voelen wind.
Op verzoek dit jaar een alternatief rondje IJsselmeer, ofwel: hoe ronden we in een week het centrum van Nederland, in combinatie met gebruik van het goede der aarde. Het oorspronkelijk plan wordt enkele malen aangepast: de Afsluitdijk hoeven we bijvoorbeeld niet nog een keer over. Door omstandigheden fietsen we dit jaar met vier man. Waarvan de helft pensionado's. Die rijden dus nogal eens achteraan. Leeftijd begint toch te tellen merken we.

Na een nacht waarin de sterren flonkeren en we kunnen ontbijten in de zon zijn we snel in Volendam waar we ons erover verwonderen ons dat de doorgaande bussen exact even breed zijn als de beschikbare ruimte op straat. En nog een speciaal verzoek: we maken een detour langs De Rijp. Een lieflijk stadje en nog steeds in oranje gehuld na het bezoek van het koninklijk paar op koningsdag. Een plaats ook waar de lunch namen krijgt: kroketten van Oma Bob en Woeste Willem-bier, vernoemd naar onze vorst. Hij schijnt er zelfs een slok van te hebben genomen. Verder door naar Jisp en omgeving. De schoonheid van het landschap wordt geaccentueerd door zon op de lage, vlakke weilanden en bermen vol fluitenkruid en koolzaad en doet ons soms de tegenwind vergeten. Uiteindelijk belanden we in de kerk in Groot Schermer waar we uiterst bestraffend worden toegesproken door een dame omdat we, gevolg gevend aan de dwingende uitnodiging van een heer in smoking, hem hebben geholpen een vlonder te verplaatsen. Verschrikt verlaten we het gebouw.
Bij het dieselgemaal Beetskoog worden we beter ontvangen: de prachtig onderhouden machinerie lokt ons reeds van verre met het geplof van een een-cilindermotor; de aangeboden koffie slaan we af maar de hartelijkheid doet ons goed. De molens van De Beemster zijn hierna wel heel groot. Op de boerencamping bij Wijdenes komt volgens het opgeprikte krantenbericht de hele wereld langs, dus wij ook. Als na de wedstrijd zowel het plaatselijk elftal als de tegenstanders in het enige café ter plaatse hun wedstrijd komen uitluiden begrijpt zelfs het personeel dat we uitwijken naar het aanpalend restaurant. Waar we uitstekend eten. Vogels van de dag: lepelaars en kluten. Vandaag de wind zelfs even in de rug.
Dezelfde wind loeit in de nacht aardig door het struikgewas en verdwijnt pas als we door Enkhuizen slenteren. Omdat het vandaag vijf mei is kunnen we onze ogen uitkijken op de vrijmarkt, vanzelfsprekend na het nuttigen van koffie en appeltaart op het stationsterras. In afwachting van het veer naar Stavoren slenteren we nog wat door het stadje, hetgeen ons zeer bevalt. Eenmaal aan boord gaat de wind liggen en onder het genot van Texelse bieren en saté met brood dieselen we naar de overzijde waar we het 30 cm hoge Vrouwtje van Stavoren bewonderen en we onszelf na beklimming van de Rode Klif afvragen of we inderdaad liever dood zijn dan slaaf; met geen van beide opties hebben we persoonlijk ervaring ...
Op camping De Waps krijgen we een fantastische plaats toegewezen, maar we besluiten toch naar Balk te fietsen. Wederom een geslaagde actie: een erg mooie bierkaart bij Teernstra en een uitstekende maaltijd bij l'Arcobaleno. In het donker rijden we zo hard mogelijk over kronkelpaadjes terug naar de camping. Lepelaar-score vandaag: 6 stuks.
Mooi op tijd vertrekken we met de droogste tent van deze vakantie naar het zuiden. De appeltaart komt vandaag uit Slijkenburg en via het in dit jaargetijde rustige fietspad door de Weerribben komen we uit in Blokzijl, waar we Kaatje bij haar sluis fotograferen. Lunch in Vollenhoven en dijksgewijs verder via Zwartewater en de Kamperzeedijk naar de Kamper camping. Hier is in de loop der jaren wel de prijs maar niet de kwaliteit verhoogd: onze eerste camping zonder toiletpapier en gratis warm water. Gelukkig is het eten bij Kota Radja (geen eigen website) lekker. In het ABT-café "De Stomme van Kampen" hebben we dankzij het vergaderende Jong-CDA een prive-hoekje om wat na te praten over de dag. Juist bij de tent teruggekomen breekt de hemel echt open; wat een water. Aantal ooievaars vandaag: 15.
In restaurant De Waldhoorn verschijnen 's avonds de asbakken op de, goed geventileerde, bar, onder de klanken van Nederlandstalige, meegezongen muziek. Daar staat tegenover dat het smakelijk eten in royale porties wordt uitgedeeld. Drie van de vier Rode Jasjes maken van de gelegenheid gebruik de Nederlandse voetbalbekerfinale te bekijken en ik kan weer eens een paar hoofdstukken in mijn boek lezen. Een Oud-Hollandsche avond, vervlogen tijden keren weer.
Als we de volgende ochtend ontwaken is het bijna droog. We besluiten ons dagje fietsen over de Veluwe te bewaren voor betere tijden en de definitieve terugtocht te aanvaarden. Een voor mij bekende terugtocht uit de tijd dat dochter K. nog in Wageningen studeerde: het veer bij Opheusden (+ Veerhuis), het veer bij Tiel (+ Veerhuis) en het veer bij Alem (daar is niets). Verder een trieste dag: vanaf Tiel stroomt de regen met bakken uit de lucht en drijfnat nemen we bij het station van 's-Hertogenbosch na ruim 500 kilometer afscheid van elkaar. Te nat voor een afscheidsfoto, maar volgend jaar trekken De Rode Jasjes hun jasjes weer aan.